dinsdag 30 juni 2020

In 2050 beschikt 20% van alle gebouwen over bodemenergiesysteem

Dat we allemaal ambitieus aan de slag zijn gegaan met de energietransitie is duidelijk. De lat ligt hoog en om deze te halen moet bijvoorbeeld in 2050 twintig procent van alle gebouwen beschikken over een bodemenergiesysteem. Goed idee uiteraard, maar hoe werkt dat in de praktijk? Past dat allemaal nog wel in onze bodem? Ja, zo blijkt uit een praktijkgericht onderzoek dat onlangs is gepresenteerd. De conclusie is dat een hogere dichtheid van bodemenergiesystemen zorgt voor meer duurzame energie en meer CO2 besparing in het stedelijk gebied.

Om de klimaatdoelen te kunnen halen lijkt vooral de warmte-koudeopslag een veelbelovend middel voor het verwarmen en verkoelen van gebouwen. Bodem speelt dus een belangrijke rol als het gaat om de energietransitie. Maar dan moet er wel wat veranderen. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat met de huidige manier van werken de mogelijkheden niet optimaal worden benut. Een consortium van de provincie, de gemeente en Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht, het Kennisplatform bodemenergie, Deltares, IF Technology en KWR voerde het onderzoek uit.

Kunstmatige schaarste

Open bodemenergiesystemen kunnen elkaar ondergronds beïnvloeden. Door het voorzorgsbeginsel dat bij vergunningverlening wordt gehanteerd worden er ruime afstanden aangehouden tussen bodemenergiebronnen. Dit zorgt voor kunstmatige schaarste. Het aanvragen van overcapaciteit versterkt deze kunstmatige schaarste: grote delen van de bodem in stedelijk gebied worden nu feitelijke onbenut gelaten voor de toepassing van open bodemenergie. Dit loopt op tot meer dan 50 procent. 

Om de energiebesparingsdoelen te halen moet dus juist in deze drukke gebieden de beschikbare ruimte in de bodem zoveel mogelijk worden benut. Deze uitdaging speelt in vrijwel alle Nederlandse steden. Omdat het aantal bodemenergiesystemen richting 2050 circa 20x groter wordt is het noodzakelijk dat er een generiek kader komt voor het plaatsen van bodemenergiebronnen. 

Nieuw kader

Het onderzoek heeft daarom een nieuw kader vastgesteld voor het plaatsen van open bodemenergiebronnen. Dit kader geeft handvaten voor optimaal en duurzaam gebruik van de ondergrond bij een sterk toenemend aantal bodemenergiesystemen.

Om te bepalen welke randvoorwaarden van belang zijn heeft KWR doormiddel van simulaties de negatieve en positieve interacties tussen systemen in kaart gebracht. Wat gebeurt er als de dichtheid toeneemt en welke bronafstanden zijn ideaal?

CO2-uitstoot

Omdat de onderlinge interactie weinig effect heeft op het energiegebruik van een individueel bodemenergiesysteem, zorgt het toelaten van meer bodemenergiesystemen tot een spectaculaire daling van de totale CO2-uitstoot van het gebied. Veel meer gebouwen hebben dan toegang tot deze duurzame technologie.

Door het tot 2 keer vergroten van de dichtheid van open bodemenergiesystemen neemt de totale CO2-uitstoot significant tot wel 30% af. Deze afname wordt in de simulaties nog geremd door de hoge emissie die nog moet worden toegerekend aan de grijze elektriciteit die in 2019 van het Nederlandse elektriciteitsnet wordt betrokken.

Minpuntje

Een minpuntje is nog wel dat er door de verandering van de temperatuur in de bodem er een verschuiving in het bodemleven plaats gaat vinden. Dat bleek weer uit recent onderzoek in Friesland naar aquatermie, waarbij warmte werd opgeslagen in de bodem.

Omgevingswet

Onder de Omgevingswet is het mogelijk om hogere dichtheden van open bodemenergiesystemen toe te staan. Dit kan door in een Omgevingsplan of Omgevingsverordening op te nemen dat de afstand tussen bronnen van bodemenergiesystemen minimaal 0.5 maal de thermische straal moet zijn voor bronnen van hetzelfde type en minimaal 2 maal de thermische straal voor bronnen van het tegenovergestelde type. Daarnaast kunnen ook eisen worden opgelegd aan het daadwerkelijk benutten van de vergunde volumes te verpompen grondwater, het bronontwerp en de productiviteit. 

Zo komt bodem steeds meer in de schijnwerpers. Beheer en onderhoud van een duurzame en gezonde bodem spelen een steeds belangrijkere rol. Bodem krijgt meer en meer vragen over de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Op dit moment wordt bij bodem echter vaak alleen nog maar naar verontreiniging gekeken, terwijl de ondergrond veel meer mogelijkheden biedt. Hoe kun jij in jouw werk bijdragen aan deze maatschappelijke opgaven? Scobe Academy heeft de opleiding Bodem in maatschappelijke opgaven ontwikkeld. In drie masterclasses krijg je niet alleen een breed overzicht van deze drie onderwerpen, maar hierna kun je dit ook daadwerkelijk concreet toepassen in je werk.