Duurzame gebiedsontwikkeling

Uitbreiding MPG, BMP en Europese richtlijn: mei en juli 2026

dinsdag 9 juni 2026

Van toekomstbestendig bouwen wordt werk gemaakt. M.i.v. 29 mei is de nieuwe richtlijn EPBD IV in werking getreden. En per 1 juli is er een aanscherping van de MPG en BMB. Wat verandert er? En welke impact heeft dat?

29 mei

Per 29 mei is de EPBD IV in werking getreden. Een richtlijn die gebouwen richting 2030 en 2050 emissievrij moet maken.[1]

1 juli

Vanaf 1 juli worden de richtlijnen voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG) en de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken (BMB) een update.

  • De MPG wordt voor kantoren 15% strenger en gaat ook gelden voor scholen, winkels, zorginstellingen en bedrijfshallen. Voor kleine woningen en niet-compacte kantoren[2] komt er een versoepeling van ongeveer 25%, afhankelijk van de woninggrootte.[3] Voor de overige woningen blijven de eisen ongewijzigd.[4]
  • De BMB krijgt 8 extra milieucategorieën door een andere indeling en het toevoegen van  sub-indicatoren. Zie hiervoor tabel 1. Door de nieuwe indeling veranderd ook de weegset, vanwege de verschillen in methodologie (er wordt soms met andere eenheden gemeten) en het aantal categorieën (hierdoor zijn er nieuwe eenheden toegevoegd).[5] Daarom is er een nieuwe manier van rekenen ontwikkeld.  Verder wordt er in de nieuwe versie een toelichting gegeven over welke constructies en installaties in beschouwing moeten worden genomen bij het bepalen van de milieuprestatie, en voor informatie over de soepelere en gewogen milieuprestatie-eis.[6]   

De wijzigingen worden vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (MPG) en de Omgevingsregeling (MPG, BMB)

 

Tabel 1[7]

De toekomst

Vanaf 2030 volgen er nog meer richtlijnen. Vanaf dan moeten:

  • Alle nieuwe gebouwen zero-emission ready zijn.
  • Deze panden verplicht zonne-energie opwekken.
  • Minimaal de 16 procent slechtst presterende niet residentiële gebouwen aangepakt zijn.[8] 

Financieel mogelijk?

Volgens het ministerie van Volkshuisvesting zijn de nieuwe normen haalbaar met bestaande bouwmethoden, maar vragen ze wel om scherpere keuzes in ontwerp, materiaalgebruik en installaties,[9] bij voorkeur in de vroege fase van het ontwerpproces en onder voorbehoud van een goede samenwerking, kennisinbreng en een gedeelde verantwoordelijkheid. De Praktijktoets die de haalbaarheid heeft uitgewezen is geïnitieerd door de BNA en uitgevoerd in samenwerking met TNO, KCAP en een groot aantal ketenpartners.[10]

Impact

Door deze regelingen wordt bouwen met bewustzijn van de volledige klimaatimpact van gebouwen, inclusief materialen en installaties en de  ‘whole life carbon’-benadering steeds meer mainstream. Niet alleen operationele energieprestaties tellen nog mee, maar steeds vaker ook de CO2-impact van beton, staal, gevels en afbouwmaterialen.

Voor architecten, ontwikkelaars en producenten betekent dit een andere manier van werken: van administratieve rekensom naar een strategisch ontwerpinstrument.[11]

Ook voor ondernemingen en instellingen kunnen deze veranderende regels van invloed zijn. Vanuit verschillende organisaties wordt de mpg-berekening gezien als de methode om de milieuprestatie van bouwwerken te berekenen. Deze berekening wordt onder andere gebruikt in bepalingen van subsidies zoals de MIA/VAMIL.[12]

 

Literatuur: