Planeconomie & Vastgoedrecht

Planeconomie: ‘Het ambacht verdwijnt langzaam maar zeker!’

maandag 7 september 2020

De planeconoom. Geen project draait zonder hem. Hij geeft financieel inzicht, ‘vertaalt’ de (ruimtelijke) opgaven en ambities financieel, legt de verbinding tussen de grex en de spelregels van de accountant en hij kan de onderbouwing geven van kostenverhaal en grondbeleid. En toch verandert de rol door een constante behoefte aan doorgroeien en ontwikkeling buiten het eigen werk. Het vak van planeconomie boeit niet lang genoeg. Op enig moment maken veel planeconomen de keuze voor een carrièreswitch. Waarom is dat en wat betekent dat voor het ambacht Planeconomie?

Maurits Materman van Over Morgen durft zijn vingers aan dit onderwerp te branden. ‘Ik zie de laatste jaren duidelijk een drempel ontstaan in de doorgroei van goede planeconomen. Veel planeconomen maken een keuze om door te groeien naar projectleider, specialiseren zich richting verduurzaming of verdwijnen zelfs uit het ruimtelijk domein.’ Ze willen vaak niet ‘eeuwig’ met alleen maar rekensommen bezig zijn. Het resultaat is dat de stroom aan aankomende ervaren planeconomen beperkt is. 

Juist nu gebiedsontwikkelingen complexer zijn dan ooit. Dit vraagt om een andere kijk en positie van de planeconoom binnen gebiedsontwikkeling. Het gaat in de afgelopen jaren en zeker ook in de komende jaren veel meer om strategische vraagstukken. Kijk bijvoorbeeld naar verduurzaming. Vraagstukken die aan de ene kant zeer concreet zijn en aan de andere kant voldoende ruimte voor innovatie moeten bieden. ‘Het gaat om “multilevel” publiek-private samenwerkingen en dat vraagt om financieel vakmanschap. We moeten het niveau van de som overstijgen. De praktische toepassing van de samenwerking neemt toe en dat vraagt andersoortige kennis en vaardigheden van de planeconoom.’ Het is ook vaak het terrein waar traditioneel de projectleider acteert. Hier moet de ruimte wordt ‘gepakt’ of gecreëerd om planeconomie beter te positioneren.

Een soort Planeconomie++ met vele jaren ontwikkelervaring. Dat betekent dat de projectleiders misschien hier en daar wat in moeten schikken en dat de planeconoom meer naast de projectleider komt te staan in plaats van eronder. De bewijslast hiervoor ligt bij de planeconoom. Hier ligt de uitdaging voor de komende jaren, maar helpt wel gelijk om de interesse en ambities van planeconomen vast te houden. Zo creëren we nieuwe uitdagingen voor broeders en zusters die het vakgebied van de planeconomie en het vastgoedrecht betreden.’ Dit maakt het ambacht ook interessanter voor aanstormende planeconomen. Je geeft hen perspectief op doorgroei. ‘Doen we dat niet dan gaat er kennis verloren. Kunnen we dan nog voldoende strategisch acteren vanuit ons vakgebied?’