Asset Management Gemeentelijk Vastgoed

Grote stap voorwaarts voor de mogelijkheden van circulair bouwen: activeer je restwaarde!

dinsdag 13 januari 2026

Circulariteit is veelal duurder dan lineaire ontwikkeling. Wat als je restwaarden daadwerkelijk zou kunnen activeren in de boekhouding van de gemeente? Dat geeft nieuwe mogelijkheden bij circulair bouwen. Vaak zijn de financiële afwegingen doorslaggevend bij beslissingen ten aanzien van de mogelijkheden voor circulair bouwen. Wanneer je de restwaarde kunt activeren kun je veel meer impact maken bij de techniek en het proces van bijvoorbeeld onderwijshuisvesting.[1] Of de circulaire inrichting van de openbare ruimte werkelijk van de grond krijgen[2]. Alba Concepts deed o.a. onderzoek naar onderwijs.

Snelle verduurzaming en financiële haalbaarheid

Nederland staat voor de grote renovatiegolf in het onderwijs. Circulaire schoolgebouwen bieden kansen om sneller én duurzamer te bouwen, maar de financiële haalbaarheid blijft vaak een struikelblok. Traditioneel worden gebouwen volledig afgeschreven, terwijl hun onderdelen na gebruik nog aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. Een recent rapport over onderwijshuisvesting[3] laat zien hoe het meenemen van financiële restwaarde deze impasse kan doorbreken.

Kern bij afschrijven

Kern van de oplossing zit in het feit dat er voor de afschrijving op kapitaalgoederen als onderwijsinstellingen er volgens de  accountant regels van de gemeente (‘BBV-regels’) geen sprake meer is van een bepaalde termijn van afschrijven. Er moet alleen gemotiveerd worden waarom een termijn is gekozen. Wel is er nog het punt dat een accountant vraagt om een bestendige lijn in de tijd. Wellicht kan een systeemwissel worden meegenomen bij de wijziging van de nota van afschrijving. De gemeente Leeuwarden heeft dit bijvoorbeeld al geregeld[4].

We spraken ook nog even kort met Jip Grinsven van Alba en die had groot nieuws: de Commissie BBV accepteert sinds gisteren (12-1-2026) nu ook het activeren van restwaardes en zal dit publiceren. Dat betekent dat alle gemeentes dit nu kunnen doen.

Gebouwen als grondstoffenbank

In een circulaire economie zijn gebouwen geen eindproducten, maar tijdelijke depots van materialen, elementen en modules. Door de hergebruikwaarde expliciet mee te nemen in taxaties en financiering ontstaat ruimte voor betere businesscases én hogere circulaire ambities. De methodiek berekent de hergebruikwaarde op drie niveaus (modules, elementen, producten). Ze past ook correctiefactoren toe zoals kwaliteitsreductie, demontage, revisie, transport en opslag. Deze benadering wordt toegepast op drie scenario’s: doorexploiteren, herplaatsing en demontage.[5]

Moduleniveau maakt het verschil

Uit alle casussen blijkt dat moduleniveau veruit de hoogste restwaarde oplevert. Modules blijven bij verplaatsing grotendeels intact en bevatten fabrieksarbeid, waardoor de waarde hoog blijft en de demontagekosten laag zijn. De restwaarde varieert van circa 9% tot bijna 50% van de oorspronkelijke investering.  Voor gemeenten betekent het lagere kapitaallasten bij onderwijsgebouwen. Dit betekent dus ruimte om circulaire keuzes te maken zonder extra druk op de begroting.

Voorwaarden bepaling restwaarde

Restwaarde werkt alleen wanneer gebouwen voldoen aan kwaliteitseisen (Bouwbesluit/Bbl) én circulaire prestatie-eisen, zoals losmaakbaarheid en lage milieu-impact. Daarbij schrijft de BBV voor dat restwaarde moet worden bepaald op T=0: het prijspeil op het moment van ingebruikname. Omdat er geen inflatie, geen toekomstige schaarste en geen marktontwikkelingen mogen worden meegerekend, ontstaat bewust een conservatievere inschatting. In werkelijkheid zal de restwaarde over 20 tot 40 jaar waarschijnlijk hoger liggen dan de berekende waarde op T=0, juist omdat er sprake is van inflatie.

Toekomst/aanbevelingen

De aanbevelingen uit beide rapporten laten zien dat de volgende stap vooral draait om het versterken van vertrouwen in de praktijk. De rekenmethode voor financiële restwaarde staat, maar moet nu worden getoetst aan diverse projecten: door meer casussen door te rekenen, aannames te verifiëren met conceptaanbieders en samen met taxateurs te werken aan een uniforme waarderingsmethode. Tegelijkertijd is inzicht nodig in omgevingsinvloeden zoals regelgeving, logistiek, marktvolwassenheid en technische compatibiliteit, omdat die bepalen of hergebruik in de praktijk haalbaar is. Marktvalidatie speelt daarbij een sleutelrol: pas wanneer duidelijk is dat er daadwerkelijk vraag is naar gebruikte modules en welke prijzen worden betaald, kan restwaarde volwaardig worden meegenomen in financiering en taxatie. Zo ontstaat een stevig fundament om circulair bouwen op te schalen — in zowel wonen als onderwijs.

Literatuur