Asset Management Gemeentelijk Vastgoed

Leren van het leger: hoe ver kan je gaan bij aanbesteden op kwaliteit

dinsdag 8 september 2026

Het leger wil in het kader van de versterking van landelijke defensietaken een flink aantal legeringsgebouwen aanbesteden op verschillende plekken. Wat het interessant maakt is dat er van een groot aantal kwalitatieve criteria sprake was. Onder andere over het welbevinden van de gebruikers. De gebouwen werden aanbesteed en er volgde een kort geding dat de nummer 2 van de gunning had aangespannen. Dat ging voor een groot deel over die kwalitatieve criteria[1]. Hier valt zeker wat te leren voor maatschappelijk vastgoed.

Kort geding

De samenvatting van het kort geding luidt ‘Kort geding: aanbesteding legeringsgebouwen; beoordeling kwalitatieve criteria en motivering gunningsbeslissing; de voorzieningenrechter wijst de vordering tot intrekking gunningsbeslissing en herbeoordeling van de inschrijvingen af, aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een evident ondeugdelijke beoordeling en de motivering van de gunningsbeslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen.’

Kritische succesfactoren

Om het beoogde resultaat van een aanbesteding voor de opdrachtgever zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen worden in veel aanbestedingen zogenaamde kritische succesfactoren (hierna: ook KSF) opgenomen. In de Aanbestedingsleidraad voor de legeringsgebouwen zijn de volgende factoren vermeld:

De kritische succesfactoren van de opdracht zijn:

  1. Het toepassen van een gestandaardiseerd bouwconcept in een geïndustrialiseerde omgeving waardoor de productiesnelheid van de realisatie van nieuwe gebouwen toeneemt;
  2. Het realiseren van gebouwen die duurzaam en betaalbaar zijn (beheersbare kosten);
  3. Het realiseren van gebouwen die aantrekkelijk zijn om in te verblijven;
  4. Het realiseren van gebouwen die de trots van de militairen en de medewerkers ondersteunt;
  5. Het continue meenemen van 'lessons learned' in het proces;
  6. Een goede samenwerking/afstemming tussen partijen die de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid (met name van de planning) ten goede komt;
  7. Het tijdens de realisatiefase zorgen voor continuïteit van de reguliere bedrijfsvoering van gebruiker (Defensie) door deze zo min mogelijk te verstoren.

Legeringskamer

Kwalitatieve criteria kunnen wel tot ‘interessante debatten’ leiden, waar de rechter iets van moet vinden. Bijvoorbeeld: als het gaat over vierkante of langwerpige legeringskamers. De tekst van het vonnis gaat als volgt:

 “Een ander bezwaar van [eiseres] betreft het oordeel van de beoordelingscommissie dat de legeringskamer in haar ontwerp smal zijn, waardoor deze beperkt zouden zijn in het gebruiksgemak. In de motivering van de gunningsbeslissing staat hierover het volgende: “Het ontwerp geeft blijk van smalle legeringskamers, waardoor deze beperkt zijn in het gebruiksgemak. Het gebruiksgemak van een langwerpige kamer is minder dan van een vierkante kamer. Hierdoor mist de kamer ruimtelijkheid. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor gebruiker. Dit sluit minder goed aan op de eisen, wensen en doelstellingen van Opdrachtgever”.

De eiseres tekent hiertegen bezwaar aan. “Het bezwaar van [eiseres] komt erop neer dat in het Ambitiedocument als ‘design intent’ juist ook langwerpige kamers stonden opgenomen, zodat de Staat [eiseres] niet mag verwijten dat zij geen vierkante kamers heeft aangeboden. Tegenover het gemotiveerde verweer van de Staat dat het ontwerp van [eiseres] ruimtelijkheid mist – onder meer omdat het sanitair te dicht op de wastafel zou zitten – heeft [eiseres] herhaald dat de (buiten)maatvoering van haar ontwerp nagenoeg identiek zou zijn aan de afbeelding in het Ambitiedocument. De Staat heeft hiertegen verweer gevoerd”.

De rechter oordeelt als volgt "Het oordeel van de beoordelingscommissie dat het ontwerp van de legeringskamer geen meerwaarde oplevert, is daarmee niet evident ondeugdelijk (aldus de rechter). [eiseres] heeft daarom ook geen belang bij een herbeoordeling op dit punt. Dat zou er hooguit toe kunnen leiden dat het woord “vierkant” – dat overigens niet noodzakelijkerwijs betrekking hoeft te hebben op de uitvraag van de Staat – wordt geschrapt, maar niet tot een hogere beoordeling.

Conclusie

Er wordt in de uitspraak ook nog ingegaan op een groot aantal andere kwalitatieve criteria, zoals de mate van flexibiliteit en duurzaamheid. In alle gevallen krijgt de eiseres ongelijk. Anders geformuleerd: de aanbestedende dienst krijgt niet snel ongelijk. Je kunt dus als aanbestedende dienst best ver gaan. Dat zouden we goed kunnen gebruiken in tenders. Kennelijk kan je zelfs vragen of een militair trots is op zijn of haar gebouw. We zouden dat ook kunnen doen voor een ambtenaar, brandweerman of kantinebeheerder.