Duurzame gebiedsontwikkeling

Uitvoering energietransitie: wat helpt jou het beste om capaciteitsproblemen aan te pakken?

dinsdag 9 januari 2024

Op 25 januari 2024 organiseert de VNG een atriumlezing over de invloed van de energietransitie op de gemeentelijke organisatie. Het zou goed zijn om te kijken of deze opgaven samengevoegd kunnen worden met andere grote opgaven en deze vervolgens “slim” aan te pakken. Zo’n aanpak is gewenst, omdat gemeenten ook tegen personeelstekorten aanlopen. Zo’n aanpak gebruikt de capaciteit van anderen en voorkomt dubbel werk. Hier een aantal voorbeelden van strategieën, die je op weg kunnen helpen bij jouw zoektocht om de beperking van het ontbreken van collega’s enigszins op te lossen.

      1. Programmatische aanpak

Strategie één: de programmatische aanpak. Een “slimme aanpak” is een programmatische aanpak voor specifieke onderdelen binnen de totale energietransitie, met een goede afstemming tussen doelen, inspanningen en middelen. Zo’n aanpak geeft ook aan waar inderdaad raakvlakken zijn met andere thema’s. Bijvoorbeeld op het gebied van energiearmoede, wonen, mobiliteit en klimaatadaptatie. Als die raakvlakken helder zijn, kun je synergie bevorderen zonder de scope van de energietransitie als specifieke opgave uit het oog te verliezen. De gemeente Amersfoort heeft voor zo’n programmatische aanpak gekozen. Uiteraard doe je voorstellen die haalbaar en betaalbaar zijn en maximaal bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen.

      2. Structure follows strategy

Strategie twee: structure follows strategy. Iedere gemeente heeft op verschillende terreinen uitvoerende organisatieonderdelen. Zijn die onderdelen voldoende geëquipeerd voor de aanpak van de energietransitie op hun domein?  Als dat niet zo is, is het beter om de uitvoering in bijvoorbeeld in een zelfstandig programma of project te laten doen. In andere domeinen past een aanpak door een regionale uitvoeringsorganisatie beter, waar je dan als gemeente in participeert. Het hangt af van de gekozen strategie, de structuur en de cultuur van de gemeentelijke organisatie. De gemeente Almere stelde bijvoorbeeld eerst de inhoudelijke strategie op. Vervolgens koos deze gemeente de meest logische organisatievorm bij: structure follows strategy.

      3. Vloeibare organisatie

Strategie drie: Een andere invalshoek heeft prof. dr. Martijn van der Steen. Hij is één van de vier deskundigen die voor de VNG-bijeenkomst in een essay hun visie geven over de gewenste organisatiestructuur bij energietransitie. Hij kiest voor het concept van een ‘vloeibare’ organisatie, die opgavegericht is. Hieronder enkele belangrijke elementen van zijn visie, verwoord in ‘De transitie binnen de transitie: bouwen aan de gemeente van en voor B.’

De energietransitie is volgens de schrijver een complex vraagstuk en richt zich op systeemverandering. Sturing is niet één ding, maar het gaat om het aanbrengen van strategische variëteit: om te doen wat past bij de aard van de specifieke fase of het deel van transitie en de omstandigheden waarin die zich voltrekt. Dat vereist organisaties die in staat zijn om die variëteit te faciliteren. “Ik heb dat benoemd als vloeibare organisaties, met het vermogen om zich naar de voor het vraagstuk gewenste vorm te plooien. Dat vereist van gemeenten ook een transitie: van de klassieke taakgerichte organisatie die opgavegericht probeert te werken, naar een vloeibare organisatie die in de basis opgavegericht is ingericht en opgebouwd. Ook voor de gemeente geldt dus van A naar B, volgens de regels van B. Om transitie te sturen, moeten gemeenten zelf ook in transitie.

Het is daarbij de kunst om de opgave centraal te stellen op de manier, waarop die in de leefwereld van mensen speelt. Als er bijvoorbeeld al heel veel eigen activiteit in een wijk is rond verduurzaming, dan ligt volgens de auteur een ‘responsieve strategie’ voor de hand (zie onderstaand ‘NSOB-kwadrantenmodel’). Als er daarentegen juist heel veel gevestigde belangen actief zijn, dan is het wellicht juist nodig om via wetgeving tot begrenzing en beperking te komen, bijvoorbeeld door het afsluiten van binnensteden voor fossiel goederenvervoer.

Conclusie

In de bestuurskunde zijn vele modellen opgesteld om vanuit de gemeentelijke organisatie te komen tot synergie tussen de opgave van energietransitie en de andere belangrijke opgaven (woningbouw, armoedebestrijding, energiearmoede). Praktische voorbeelden zullen werkenderwijs in de toekomst aangeven wat het beste model zal zijn. Aan jou welke jou verder zou kunnen helpen. Het belangrijkste: doe geen dingen dubbel, dat is verlies aan capaciteit.

Literatuur