Bodem

Regels in het omgevingsplan: de praktijk

maandag 19 juli 2021

De kaders van de Omgevingswet worden bij iedereen steeds duidelijker. Het blijft echter een complex verhaal. Hoe komt het omgevingsplan er bijvoorbeeld uit  te zien? En hoe richt je dat in? Gelukkig wordt daar al hard aan gewerkt. Scobe sprak met twee juristen van KuiperCompagnons die gemeenten ondersteunen bij het opstellen van een omgevingsplan.

Linda Dekkers en Tom Hagens zijn binnen KuiperCompagnons helemaal vrijgespeeld voor de Omgevingswet. Zij ondersteunen gemeenten op verschillende manieren. ‘Dat loopt uiteen van het schrijven van een compleet omgevingsplan tot eens per week een uurtje sparren. En van het opstellen van een plan van aanpak tot complete pilots’, aldus Hagens.

Pak het goed aan

De invoering van de Omgevingswet is allesbehalve een gemakkelijke opgave. De winkel van de gemeente moet gewoon blijven draaien en het is hartstikke druk. ‘Toch is de Omgevingswet niet iets wat je er even naast doet’, begint Dekkers. ‘Je moet je er echt in kunnen verdiepen. Wij raden dan ook aan om externe krachten in te huren voor het lopende Wet ruimtelijke ordening (Wro) werk. Haal en houd kennis in huis over de Omgevingswet, leid mensen binnen de gemeente op.’

Voor het opstellen van een omgevingsplan gebruiken Dekkers en Hagens de casco versie die de VNG heeft gepubliceerd. ‘Het is een soort raamwerk dat je gaat vullen. Deze structuur hebben wij gevuld met standaard regels. Dat maakt de discussie gemakkelijker. Welke keuzes maak je als gemeente? Hoe specificeer je zaken?’ Inspiratie voor regels vind je in de verschillende staalkaarten. Die hebben wij ook gebruikt bij het opstellen van het standaardomgevingsplan.

Blik vooruit

Onder de Omgevingswet kun je visie en plan veel minder los van elkaar zien dan nu. ‘Het bestemmingsplan gaat meestal uit van conserveren of het mogelijk maken van een specifieke ontwikkeling. In het omgevingsplan kan een gemeente er voor kiezen om meer te sturen vanuit algemenere doelen en de doelstellingen uit de visie. Je hoeft niet alles gedetailleerd vast te leggen.’ Hagens heeft zelf geen ervaring met bestemmingsplannen en vindt dat een voordeel.

De verschillende staalkaarten worden gebruikt als inspiratie om het omgevingsplan vorm te geven. ‘De staalkaarten en het casco omgevingsplan passen mooi in elkaar. Dat werkt handig. Daar worden wij als juristen enthousiast van.’ Scobe heeft al eens eerder geschreven over de bodemstaalkaarten die zijn gepubliceerd. Als straks de omgevingsplannen klaar zijn, hoe krijg je dan een werkbaar document met al die regels?

Technische mankementen

‘Daarin speelt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) een cruciale rol. Als het DSO goed werkt, dan gaat dit enorm helpen’, zegt Dekkers. Dat de Omgevingswet al tweemaal is uitgesteld, komt voornamelijk door de vertraging van de implementatie van het DSO. De beide juristen beamen ook dat een invoering zonder DSO heel lastig wordt. ‘Als de techniek op orde is, zou het heel overzichtelijk moeten zijn. Maar anders…’

Als het werkt, gaan we er zeker op vooruit. In het DSO wordt een initiatiefnemer bevraagd. Aan de hand van de antwoorden kan hij dan zien of er een vergunning nodig is. Ook kun je online zien welke regels er gelden op welke plaats. 

Onterechte kritiek

Gaan we er met de invoering van de Omgevingswet op vooruit? ‘Bij de Wro had de overheid een bepaalde rol en deze rol is in de afgelopen jaren veranderd door maatschappelijke ontwikkelingen. De Omgevingswet geeft hiervoor betere instrumenten’, aldus Hagens. Dekkers is het met hem eens. ‘ Het nieuwe instrumentarium is geschikter dan wat we nu hebben. Deze is helemaal ingericht voor een andere manier van werken en denken.’

Zo introduceert de Omgevingswet omgevingswaarden. Dat zijn meetbare en objectieve maatstaven zoals een max decibel Worden deze structureel overschreden? Dan moet de gemeente zelf een programma vaststellen om dit te verbeteren. Ook kunnen deze omgevingswaarden gelden bij regels over bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten.

Toch is er veel kritiek op de Omgevingswet. ‘Vele kritische kanttekeningen in de media berusten helemaal niet op feiten. Het is heel makkelijk om de Omgevingswet af te serveren, maar echt niet terecht.’ De invoering van de Omgevingswet is complex. ‘Maar wel leuk complex. Je ontwikkelt niet alleen jezelf, maar ook het beleid wordt opnieuw geschreven. Dat geeft echt een kans om de fysieke leefomgeving te verbeteren.’ Onbekend maakt onbemind.

Beleidsneutraal of niet?

Bij het opstellen van het omgevingsplan benaderen we alles vanuit een vierdeling van activiteiten. Bouw-, gebruiks-, milieubelastende en overige activiteiten. Daarmee slaan we het heel erg plat, maar een eerste vierdeling geeft overzicht. Daarna werken we aan het standaard omgevingsplan. Het bepalen van de standaardregels brengt een discussie op gang’, legt Dekkers uit.

‘We willen de huidige situatie niet per se 1 op 1 overnemen. Je moet juist kijken vanuit de visie. De gemeente kan in een omgevingsvisie niet meer – zoals in een structuurvisie vaak wel gebeurt – algemeen en abstract zijn. Er moet meer worden gespecificeerd in de omgevingsvisie, die wel wat lijkt op de structuurvisie. Zo moet je nu specifiek omschrijven wat je verstaat onder een ‘fijne gemeente’ of een ‘goed woon- en leefklimaat’. Is dat rust of juist bedrijvigheid? In het beoordelingskader kun je dit nader invullen, bijvoorbeeld door doelen te stellen voor het meewerken aan bepaalde initiatieven.’ Denk hierbij bijvoorbeeld aan eisen op het gebied van duurzaamheid.

Bestuurlijke afwegingsruimte

‘Je hoeft ook niet alles opnieuw te bedenken, want veel doe je nu ook al. Alleen je benadert dingen wellicht anders. Het is heel helder wat je allemaal moet regelen. Hoe? Dat vergt denkwerk. Alles wat je opneemt moet zinvol en helder zijn. En dingen die dat niet meer zijn die moet je opschonen, anders maak je het jezelf veel te moeilijk.’

Over bestuurlijke afwegingsruimte wordt veel gesproken. ‘Maar wat niet iedere gemeente zich volledig realiseert, is dat je op een gegeven moment natuurlijk wel echt die afweging moet maken’, lacht Hagens. Al met al krijgen Hagens en Dekkers steeds meer grip op de zaak en daarmee wordt de Omgevingswet steeds leuker. ‘De Omgevingswet vraagt tijd en focus. Ga er mee aan de slag en leer de charme van de Omgevingswet kennen. Per saldo gaan we er echt op vooruit’, besluit Dekkers.