Diffuus lood in de bodem: hoe verder onder de Omgevingswet?

dinsdag 7 januari 2020

Loodvervuiling is weer actueel door de ontdekking dat er nog steeds loden leidingen liggen in sommige oude huizen. Minder bekend is de grootschalige loodvervuiling in de bodem. De hoeveelheid lood die officieel in de grond mag zitten, is in veel Nederlandse gemeenten hoger dan de GGD wil.  Lood is namelijk vooral voor jongere kinderen gevaarlijk: blootstelling kan leiden tot een lager IQ. Bij de nieuwe Omgevingswet zal de gemeente nog nadrukkelijker afwegingen moeten maken over de aanpak. Hier zal motivering van besluiten uiterst relevant worden. Hoe doe je dat?

De GGD betwist de landelijke interventiewaarde, de mate van vervuiling waarboven de overheid maatregelen moet treffen. Zij vindt dat de grens die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hanteert, onvoldoende bescherming biedt aan de gezondheid van kinderen. In 2005 is er onderzoek gedaan naar het zogenaamde “kinderlood”.  Daarna is het stil gebleven. Opvallend dat de GGD zich nu meldt?

De verantwoordelijke provincies en gemeenten houden meestal landelijk beleid aan, maar sommige wijken daarvan af. Door de Omgevingswet dient elke gemeente vanaf 2021 grotendeels haar eigen bodembeleid te bepalen. Aangezien verschillende gemeenten nog geen aanpak hebben voor lood in de bodem, kan dat nog voor verrassingen zorgen.

Op dit moment zijn 12 provincies en 29 grote gemeenten bevoegd om zelf te kiezen welk beleid ze wat betreft de bodemwetgeving hanteren. Met ingang van de nieuwe omgevingswet in 2021 vervalt de rol van de provincie als bevoegd gezag; daarna moeten alle gemeenten zelf hun beleid bepalen. De bevoegde 41 gemeenten en provincies hanteren nu al verschillende aanpakken om het contact met loodvervuiling in de bodem tegen te gaan.

Zo’n eigen aanpak kan tot onrust en verwarring leiden, voorspelde de gemeente Zaanstad al in 2017, in een toelichting op haar eigen werkwijze. ‘Het uitvoeren van onderzoek en saneringen in tuinen van particulieren zal naar verwachting gevoelig liggen. Om maatschappelijke onrust te voorkomen is het belangrijk dat er duidelijkheid is over de beoordeling van de ernst en gezondheidsrisico’s van verontreiniging met lood in de bodem. Momenteel is dit landelijk niet het geval.’

De ChristenUnie en de SGP hebben in de Tweede Kamer opgeroepen haast te maken met de sanering. Dat gemeenten in 2021 zelf verantwoordelijk worden voor de sanering, houdt volgens de ChristenUnie ‘een groot risico voor de gemeente’ in. ‘Een bodemsanering is een zeer kostbare zaak, wat in de vele miljoenen kan lopen. De gemeente wil dat provincie en rijk ook na 2021 (financieel) mede aansprakelijk blijven voor een dergelijke – eventuele – sanering omdat zij in het verleden daar niets mee gedaan hebben.’

In antwoord op Kamervragen van de ChristenUnie en SGP zei minister van Milieu en Wonen Stientje van Veldhoven:

‘Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de rijksoverheid betrokken blijven bij de problematiek van diffuus lood. De rijksoverheid, IPO, VNG en Unie van Waterschappen zijn met elkaar in gesprek over een mogelijk vervolg op de afspraken uit het Convenant bodem en ondergrond voor de periode 2021-2025. De aanpak van diffuus lood en opkomende stoffen zijn onderwerpen die hierin mogelijk een plek kan krijgen.’

Op die manier zouden gemeenten mogelijk middelen beschikbaar kunnen krijgen uit de Rijksbegroting.

Je leert meer tijdens de cursus Bodem en de Omgevingswet en in het bijzonder de afweging tussen gezondheid en financiën. 

Dit artikel is gebaseerd op een eerder verschenen artikel op nieuwswebsite Follow the Money op 18 december 2019.