Kamervragen beantwoord over 'geen btw op grond'

donderdag 13 augustus 2015

door Nico Harkes

Op 10 juli heeft het Tweede Kamerlid Dijkgraaf (SGP) vragen gesteld over btw op verkoop van grond. Dit naar aanleiding van een artikel in Trouw van 15 juni jl. ‘Geen btw op grond voor straat en plein’. Gevraagd wordt naar de btw-heffing bij doorberekening van kosten van wegen, groen e.d. Achterliggende vraag is of de onbelaste prestatie voor de aanleg van straat en plein in rekening kan worden gebracht bij kopers in plaats van bij projectontwikkelaars. In het laatste geval wordt er btw geheven bij de verkoop van grond. De reden erachter is dat er gelden beschikbaar kunnen komen om tekorten in de grondexploitatie op te lossen, danwel kwaliteit toe te voegen. Dit is een vraagstuk dat al langer speelt en waarbij het zaak werd dat er duidelijkheid kwam.

Kamerlid  Dijkgraaf vraagt allereerst of de staatssecretaris het artikel kent en vervolgens of het correct is dat er geen btw wordt betaald voor groen, wegen en dergelijke als de koper een bijdrage betaalt aan de gemeente voor deze kosten en de grond koopt van de projectontwikkelaar.  Hij vraagt tevens of er duidelijke eisen zijn waaraan voldaan moet worden om hiervoor in aanmerking te komen. Uiteraard kent de staatssecretaris het artikel. Als antwoord op vraag twee en drie stelt de staatssecretaris dat de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening gehouden is haar kosten te verhalen. De wijze waarop  dat plaats vindt hangt af van de eigendomssituatie: heeft de gemeente de grond, dan kan de gemeente het verhaal van kosten verdisconteren in de grondprijs. De kosten maken dan deel uit van de vergoeding voor grond die, belast met btw, als bouwterrein wordt verkocht. Heeft ze de grond niet dan komt het voor dat de gemeente deze kosten als exploitatiebijdrage in rekening brengt bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. In zo’n geval blijven de kosten die de gemeente berekent vrij van btw, omdat de gemeente als overheid optreedt. De staatssecretaris geeft –logischer wijs– een heel algemeen antwoord en gaat onder andere niet in op de situatie van een anterieure overeenkomst.

Vervolgens stelt Dijkgraaf de vraag of er nog geen generieke regeling is met gemeenten en marktpartijen en of de staatssecretaris bereid is een overleg te initiëren tussen de Belastingdienst, het Ministerie van Financiën, gemeenten en marktpartijen. De staatssecretaris geeft daarbij als antwoord dat er geen generieke regeling is (maar dat daarom ook niet was gevraagd) en dat hij bereid is duidelijkheid te geven als VNG en Neprom daarom vragen.

Het goede wat de kamervragen van Dijkgraaf hebben opgeleverd is dat de aanleg van de openbare ruimte een overheidsprestatie is en dat het in ieder geval mogelijk is dat de koper deze kosten in een aantal gevallen kan voldoen. Tevens is niet helder hoe de situatie beoordeeld moet worden waarin de koper grond koopt van een projectontwikkelaar die op haar beurt weer van de gemeente heeft gekocht en de koper anderszins een bijdrage aan de gemeente voldoet. De gemeente kan er voor kiezen om dit middels de grondprijs te verrekenen, aldus de staatssecretaris, maar hoeft dit kennelijk niet. Tevens is het niet helder hoe er gehandeld moet worden als de gemeente er voor kiest om middels twee prestaties af te rekenen. Immers ze heeft dan twee petten op. Men zou ook kunnen stellen dat  die twee wel erg dicht bij elkaar zitten. We hadden graag op dit punt ook duidelijkheid gehad. Hetzelfde geldt voor de anterieure overeenkomst. De VNG en de Neprom zijn uitgenodigd om de juiste vragen te stellen aan de staatssecretaris. We zijn benieuwd naar het resultaat van het overleg. Ik zal zelf deelnemen aan dit overleg.