Grondbeleid aangepast

dinsdag 8 december 2015

Op 25 november schreef de Minister van I&M een brief over aanpassingen van het Grondbeleid aan de Tweede Kamer.

Hieronder vatten we enkele high lights samen. In het voorjaar zal Scobe Academy over alle juridische ontwikkelingen inzake grondbeleid en gebiedsontwikkeling een actualiteitencollege organiseren. Houdt de website en onze nieuwsbrief in de gaten.

Onteigenen
Een belangrijke vernieuwing die het kabinet voorstaat met de Aanvullingswet Wro, die op zal gaan in de nieuwe Omgevingswet,  is een scherper onderscheid tussen enerzijds het publiekrechtelijke spoor waarin een onteigeningsbesluit tot stand komt en anderzijds het civielrechtelijke spoor waarin de schadeloosstelling wordt vastgesteld. Dit maakt het onteigeningsrecht overzichtelijker.
Het kabinet zal een regeling uitwerken waarin de onteigeningsbeschikking wordt genomen én getoetst binnen de bestuursrechtelijke kolom. Het bestuursorgaan dat in het algemeen belang tot onteigening over wil gaan, behoeft in de nieuwe regeling niet langer de Kroon te verzoeken de onroerende zaken bij Koninklijk Besluit aan te wijzen.

Schadeloosstelling
De schadeloosstellingsprocedure zal vorm krijgen volgens de nieuwe civielrechtelijke procedureregels. Doordat er in die nieuwe procedure meer nadruk wordt gelegd op vroegtijdig contact met de rechter en het verbeteren van de mogelijkheden voor de rechter om regie en maatwerk te voeren, ontstaat een vereenvoudigde schadeloosstellingsprocedure die recht doet aan de belangen en posities van de betrokken partijen.

WvG
De wet voorkeurrecht gemeente zal ook worden aangepast, inzake het intrekken van het voorkeursrecht. Nu kan het voorkeursrecht ertoe leiden dat een eigenaar tot wel 16 jaren niet vrij over zijn grond kan beschikken. Dat vindt de minister ongewenst. Er zal een betere regeling rond intrekking (van het WvG) komen.

Kostenverhaal
De minister onderzoekt of de rekensystematiek in bepaalde situaties kan worden vereenvoudigd, zodat de kostenverhaalsmogelijkheden meer kunnen worden toegesneden op de nieuwe realiteit van gebiedsontwikkeling (uitnodigingsplanologie, binnenstedelijke transformatie, krimpgebieden en individuele bouwlocaties). Denk daarbij bijvoorbeeld aan projecten die niet zonder financiële bijdragen van de overheid tot stand kunnen komen, maar waarbij de overheid toch ook kosten moet verhalen. Tevens wordt onderzocht of de minister het bevoegd gezag in die gevallen een keuzemenu kan voorschotelen, waarbij het kan afzien van kostenverhaal, maar ook de ruimte krijgt om desgewenst het kostenverhaal goed toe te spitsen op de locatie. Zo is denkbaar dat er voor wordt gekozen om bij die projecten uitsluitend de kosten voor publieke voorzieningen (en niet de plankosten) te verhalen. Dat is vooral nodig in transformatiegebieden in de steden.

Betalingsverplichting aangepast
Een andere juridische verankering nodig is voor het opleggen van een betalingsverplichting voor gevallen waarbij niet gekozen wordt voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Zo'n andere verankering biedt eveneens antwoord op situaties waarin kostenverhaal plaatsvindt bij andere activiteiten dan bouwen, zoals het gebruiken van bouwwerken of gronden. Gedacht kan worden aan een gebruikswijziging van kantoren.

Masterclass Grondbeleid
In de Masterclass Grondbeleid op 10 maart a.s. (zie hieronder) zal Professor Erwin van der Krabben eveneens ingaan op de ontwikkelingen rondom deze brief en de komende omgevingswet.