Bestemmingsplannen van elastiek

maandag 21 september 2015

Van bestemmingsplannen is bekend dat zij star, stroperig en taai zijn, vooral als ze tot doel hebben om gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Die slechte reputatie maakt dat ontwikkelaars en gemeenten ze als een noodzakelijk maar lastig obstakel zien op weg naar een geslaagde gebiedsontwikkeling. Is die slechte reputatie terecht? Binnen de zogenaamde ‘Uitnodigingsplanologie’ waarin de overheid geen sturende maar een faciliterende rol speelt is al veel mogelijk. Die lijn wordt nu ook doorgetrokken naar de toekomstige Omgevingswet, die ‘horizontalisering’, ‘burgerparticipatie’ en ‘vertrouwen’ centraal stelt. Gelukkig is het niet nodig om te wachten op de nieuwe wet om bestemmingsplannen flexibel in te richten. Ook nu al biedt de ruimtelijke wetgeving een scala aan instrumenten om soepel en dynamisch in te spelen op de grillige tijdgeest. Niet meer is nodig dan visie, kiezen en lef! Het bestemmingsplan een slechte reputatie? Vast wel. Terecht? Zeker niet!

Langzaam maar zeker trekt de economie weer aan. Allerlei sectoren krabbelen uit het dal, waaronder ook de bouw en – annex daaraan – de gebiedsontwikkeling. Dat vliegwiel van bouwend Nederland komt langzaam weer op gang. Dan is het zaak dat de omwentelingssnelheid zo weinig mogelijk wordt belemmerd. Een remmende factor is van oudsher de planologie, of beter: het hele proces van besluitvorming dat moet leiden tot bouw- en gebruikstitels. Bestemmingsplannen zijn nog altijd het voertuig  van de gebiedsontwikkeling, maar ze worden meer en meer als stroperig en inflexibel ervaren.

Het ‘bestemmingsplan’ is een verzamelbegrip is dat vele varianten herbergt. Wie kennis heeft van die varianten, is in staat om per gebiedsopgave het juiste instrument te bouwen. In dat verband wordt ingegaan op Uitnodigingsplanologie als kader voor flexibele bestemmingsplannen. Ook wordt aandacht besteed aan het scala van acties die de gemeente kan ondernemen om werkelijk ruimte te bieden aan initiatieven.  Flexibilisering in bestemmingsplannen als ‘de kunst van het loslaten’. De Omgevingswet borduurt op dit thema voort, als de beoogd opvolger van de Wro en de Crisis- en herstelwet.

De effecten van de nieuwe wet op de gebiedsontwikkeling en brengt de benodigde cultuuromslag in beeld van een gemeente die niet meer van bovenaf ontwikkelingen aanstuurt, maar als deelnemer in de linies gaat staan. Wat heeft die gewijzigde opstelling voor gevolgen op het planproces en –product? Niet alleen flexibiliteit is van belang, ook voortvarendheid is essentieel bij een geslaagde gebiedsontwikkeling.

Scobe Academy geeft op 10 november in deze topclass inzicht in de veelheid van procedures die de Wro, al dan niet in combinatie met de Wabo, kent om met vaart over passende bouw- en gebruikstitels te beschikken en toont aan dat verkorting van procedures meer een kwestie is van willen dan van kunnen.

Het programma is als volgt:

  1. De huidige maatschappelijke vraagstukken en het bestemmingsplan: een moeizame verhouding
  2. Uitnodigingsplanologie en het bestemmingsplanproces: met lef van stip naar plan
  3. Wat kunnen we van de Omgevingswet verwachten?: de gemeente niet erboven, maar ertussen
  4. Planologisch vaart maken in Gebiedsontwikkeling: sneller naar een bouwtitel